fp_frontpage_header_016-1.jpg
Nieuws
 

Publicatie op www.kop-munt.nl, 6 juli 2017, door Ramon Wernsen

Niet alle hypotheekadviezen uit het verleden hebben goed uitgepakt. Destijds waren het logische keuzes, maar door voortschrijdend inzicht, veranderingen in de markt of de dalende rentestand pakken ze nu minder gunstig uit voor de huizenbezitter. Welke adviezen geven we nu niet meer?

 

Fintech (een samentrekking van ‘financial’ en ‘technology’) omvat alle innovatieve financiële producten en diensten die het ons mogelijk maken eenvoudiger en sneller met geld om te gaan. Het doel van fintechbedrijven is de hegemonie van de bestaande partijen te doorbreken door zich volledig op de klant of de gebruiker te richten. Deze bedrijven zijn eigenlijk geen banken, maar ICT-bedrijven met enkel programmeurs in dienst. Op basis van bestaande data ontwikkelen zij producten en diensten die optimaal aansluiten bij de behoeften in de markt. Dit is mogelijk doordat fintechprogrammeurs niet alleen meer, maar bovenal ook betrouwbaardere gegevens van u boven water krijgen dan een traditionele adviseur, aangezien die vaak wordt afgerekend op het aantal gesprekken dat hij heeft. Daarnaast moet een adviseur veelal afgaan op de informatie die u hem als klant verstrekt. En hoewel een adviseur u goed lijkt te kennen, kan hij het maar lastig ‘winnen’ van de fintechprogrammeur. Daar komt bij dat er mensen zijn die sceptisch staan tegenover een menselijke adviseur, aan wie ze nooit het achterste van hun tong zullen laten zien. Bovendien doen mensen dikwijls iets anders dan wat ze zeggen. Als er keiharde data zijn, is dat geen probleem.

Download de pdf en lees verder ...

Bericht van

Nieuws
 

Publicatie in Het Financieele Dagblad, 01 juli 2017, door Ramon Wernsen

Komen een of meerdere lijfrenten van u binnenkort tot uitkering? Zorg dan dat u ruim voor de expiratiedatum start met de voorbereidingen. Dit kan namelijk een fors hogere uitkering opleveren.

Vooral in de jaren tachtig en negentig was het door de fiscale regels aantrekkelijk om lijfrenten te kopen. De premie voor deze pensioenaanvulling was tijdens de opbouwfase fiscaal aftrekbaar. Hier staat tegenover dat de toekomstige uitkeringen belast zijn, maar meestal tegen een lager tarief dan waartegen de premies fiscaal zijn afgetrokken. Het meest aantrekkelijk zijn de lijfrenten die voor 1 januari 1992 zijn afgesloten. Die vallen onder het zogenoemde oude fiscale regime. Het voordeel van deze producten is dat ze veel vrijheid bieden bij het gebruik van de waarde. Zo kunt u ervoor kiezen de waarde eenmalig om te zetten in een kapitaal of hiervoor een periodieke pensioenuitkering aan te kopen. Een andere mogelijkheid is dat u de lijfrente-uitkeringen schenkt aan bijvoorbeeld uw kinderen.

De lijfrente-uitkering moet uiterlijk vijf jaar na het bereiken van uw AOW-leeftijd ingaan. Dit geldt voor ‘nieuwregimelijfrenten’ (afgesloten na 1 januari 1992). Bij ‘oudregimelijfrenten’ is de ingangsleeftijd in principe vrij. U kunt dan bij een verzekeraar óf bank een lijfrente-uitkering aankopen, ook al hebt u al langer dan vijf jaar geleden uw eerste AOW ontvangen. Kiest u ervoor om de uitkering bij een bank aan te kopen, dan verliest u wel de flexibele mogelijkheden van de oudregimelijfrente. Teneinde meer rendement te halen uit uw vrijkomende lijfrente is het allereerst belangrijk te bepalen of u uw lijfrente door uw huidige aanbieder laat uitkeren of dat u gaat shoppen. ‘Niets weerhoudt u als bezitter van een lijfrente ervan om deze na expiratie bij een andere aanbieder te laten uitkeren’, aldus Gaston Hendriks, financieel planner bij KapitaalMeester. ‘Al zal de aanbieder van de lijfrente in de opbouwfase dit nooit nadrukkelijk zeggen.

Download de pdf en lees verder ...

Bericht van

Nieuws
 

Publicatie in Het Financieele Dagblad, 27 mei 2017, door Ramon Wernsen

Veel mensen vermijden het onderwerp bij leven van de ouders. Maar een erfenis dan al deels uitkeren is fiscaal gezien een slimme keuze.

Mogelijk weet u dat u een erfenis zult ontvangen van uw ouders. Slechts weinig kinderen durven dit onderwerp bespreekbaar met hen te maken. Jammer, want door er tijdig met elkaar over te praten kunnen ergernis en belasting bespaard worden.

Ervan uitgaande dat uw ouders niet al het geld nodig hebben om van te leven, is het mogelijk om erfbelasting te besparen door gezamenlijk na te denken over een schenkingsplan. Goed te weten is dat het tarief van de schenkbelasting op het eerste gezicht gelijk is aan dat van de erfbelasting. Desondanks kan schenken fiscaal voordeliger uitpakken dan erven. En wel om de volgende twee redenen.

1.  Schenkingen Er geldt jaarlijks een vrijstelling voor € 5320. Voor kinderen van 18 jaar tot 40 jaar geldt een eenmalig verhoogde vrijstelling van € 25.526. Deze mogelijkheid eindigt op de 40ste verjaardag van uw kind of zijn jongere partner.

2.  Belastingtarief Schenkingen zijn onderworpen aan een lager tarief dan de erfenis. Dit komt doordat het tarief progressief is. Het doel van een schenkingsplan is om het vermogen van uw ouder(s) (deels) al bij leven geleidelijk te laten overgaan naar u als toekomstige erfgenaam. Hierdoor wordt het tarief afgetopt en kan worden gebruikgemaakt van de vrijstellingen binnen de schenkbelasting. Monique Londema, financieel planner bij de Nederlandsche Planners Associatie, stelt dat het optimaal benutten van de schenkingsvrijstellingen om erfbelasting te besparen een rationele aangelegenheid is. ‘Maar wat betekent het voor uw ouders om u een bedrag te schenken? Wat vinden zij hierbij belangrijk? Belasting besparen of u helpen en daarom meer schenken dan vrijgesteld is, waardoor er wél belasting verschuldigd is?

Download de pdf en lees verder ...

Bericht van

Nieuws
 

Publicatie in Het Financieele Dagblad, 6 mei 2017, door Ramon Wernsen

Bent u dga en bouwt u pensioen in eigen beheer op? Dan moet uw pensioen bij de eigen bv vóór 1 juli premievrij zijn gemaakt. Hoe te handelen?

Toen de regeling Pensioen in Eigen Beheer werd ingesteld, in 1981, was dit een voordelige manier van pensioensparen, omdat de jaarlijks groeiende pensioenspaarpot fiscaal aftrekbaar was voor de vennootschapsbelasting. Die bedroeg toen 48%, maar is inmiddels voor de meeste directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) verlaagd naar 20%. De aftrekpost is hiermee in de loop van de jaren minder aantrekkelijk geworden. Ook drukt de pensioenverplichting vaak zo zwaar op de solvabiliteit van de vennootschap dat er geen dividend mag worden uitgekeerd. Hiermee wordt een eventuele verkoop bemoeilijkt en zijn banken terughoudender met het verstrekken van financieringen.

‘Al met al mag uw bv geen uitvoerder meer zijn van nieuw op te bouwen pensioen, maar nog wel van de tot nu toe opgebouwde pensioenaanspraken en -rechten. Het is van belang de pensioenopbouw bij de eigen bv vóór 1 juli premievrij te maken, anders hebt u kans op een boete’, aldus Masha Bril, pensioenspecialist bij ABN Amro MeesPierson.

Hebt u naast pensioen bij de eigen bv ook pensioenkapitaal in een pensioenpolis bij een verzekeraar opgebouwd? Dan is het goed om te weten dat u vanaf 1 juli de waarde van deze pensioenpolis niet meer mag overhevelen naar de eigen bv. Immers, deze is vanaf deze datum geen erkende uitvoerder meer van pensioenen (behoudens al opgebouwde aanspraken en rechten in die bv). Wilt u de waarde van de pensioenpolis bij de verzekeraar overhevelen naar uw eigen vennootschap, dan moet dat vóór 1 juli. De belangrijkste reden om uw huidige pensioenpolis bij een verzekeraar af te kopen en over te hevelen zal

Download de pdf en lees verder ...

Bericht van

Nieuws
 

Publicatie in Het Financieele Dagblad, 8 april 2017, door Ramon Wernsen

Door de lage rentestand ontvangen werknemers momenteel weinig pensioen voor hun vrijkomende pensioenkapitaal, dat zij met een beschikbarepremieregeling hebben opgebouwd. Sinds 1 september 2016 is het mogelijk uw pensioenkapitaal door te beleggen.

Bij pensioen kunt u onderscheid maken tussen de opbouwfase en de uitkeringsfase. Wie pensioen opbouwt via een beschikbarepremieregeling (DC-regeling, Defined Contribution) zal in de opbouwfase veelal beleggen volgens een ‘life-cycle’-model. Dit betekent dat u bij aanvang meer in aandelen belegt en minder in obligaties. Naarmate uw pensioendatum dichterbij komt wordt het percentage aandelen via een vooraf vaststaand glijpad omgezet in een hoger percentage obligaties. Het probleem van dit model is dat u al ver voor uw pensioendatum belegt in een groot percentage obligaties, die een lager rendement kennen dan aandelen, met als gevolg een lager verwacht pensioenkapitaal en daarmee een lagere pensioenuitkering. Uit onderzoek komt naar voren dat — uitgaande van een lange beleggingshorizon — een vaste beleggingsmix met een hoog percentage aandelen superieur is, zowel in termen van rendement als in termen van risico. Dit geldt ook voor de keuze voor een ‘omgekeerd’ glijpad, waarbij het percentage aandelen toeneemt naarmate u ouder wordt. Een dergelijk ‘omgekeerd’ glijpad is superieur aan een normaal glijpad (zie kader). Kortom, het is weliswaar mogelijk dat uw huidige life-cyclemodel voor u de ideale beleggingsstrategie is, maar de kans daarop is niet bijster groot.

Download de pdf en lees verder ...

Bericht van

Nieuws
 

Publicatie in Het Financieele Dagblad, 18 maart 2017, door Ramon Wernsen

‘Smart bèta’ lijkt de nieuwe heilige graal voor beleggers. Maar heeft het wel zin om de markt te willen verslaan door in smart-bèta-indices of factoren te beleggen? De voor- en nadelen op een rij.

De belangstelling voor smart-bèta-indices kwam op gang na het begin, in 2008, van de wereldwijde financiële crisis, toen beleggers zich meer gingen richten op het beheersen van risico in plaats van het simpelweg maximaliseren van rendement. Sindsdien stijgt de populariteit van dit type beleggingsfonds, dat zich begeeft op de grens van actief en passief beheer. In feite kopieert een smart-bèta-etf (‘exchange traded fund’, ook wel tracker genoemd) de werkwijze die ook managers van actief beheerde beleggingsfondsen toepassen. Een mens van vlees en bloed komt er niet aan te pas; deze etf automatiseert dit beleggingsproces met een computermodel. ‘De oorsprong van dit model is terug te vinden in “factor based investing”. Hieronder valt ook het beroemde vijffactormodel van Fama en French’, aldus financieel planner Robert van Beek van About Life & Finance. De afwezigheid van een actieve fondsbeheerder verlaagt de kosten van het fonds, maar op factoren gebaseerde beleggingsfondsen en etf’s hebben de neiging hogere kosten in rekening te brengen dan naar marktkapitalisatie gewogen rechttoe-rechtaanindexfondsen en etf’s. In Europa groeide het vermogen onder beheer van smart-bèta-etf’s vorig jaar flink. Het fors toegenomen aanbod van deze producten en de soms complexe samenstelling van deze beleggingsfondsen maakt het lastiger ze te doorgronden dan bijvoorbeeld synthetische trackers*.

Voordelen

De term smart bèta suggereert dat er slim wordt omgegaan met beleggingsrisico (bèta) en dat hierdoor kan worden bereikt dat dit type etf beter presteert dan zijn index (alpha).

Download de pdf en lees verder ...

Bericht van

Nieuws
 

Publicatie in Het Financieele Dagblad, 4 februari 2017, door Ramon Wernsen

De populaire schenkingsvrijstelling van €100.000 voor de eigen woning is terug. Niemand zal deze snel afslaan. Let wel op de mogelijke keerzijde ervan.

Veelal wordt de eigenwoningschenking gedaan aan het eigen kind. Deze gebruikt het geschonken bedrag vervolgens om er een bestaande hypotheekschuld mee af te lossen of een nieuwe eigen woning mee aan te kopen. Als de ontvanger van de schenking is getrouwd, dan kan het zo zijn dat het hier gaat om een gezamenlijk aangegane hypotheekschuld en een gemeenschappelijke woning. Afspraken tussen de partners over de gevolgen van de schenking worden in de praktijk nauwelijks gemaakt. Toch is dit een belangrijk aspect van de eigenwoningschenking. Wordt hierover niets vastgelegd, dan kan bij latere verkoop van de woning of bij een echtscheiding een discussie over de zogeheten vergoedingsrechten ontstaan.
De eigenwoningschenking wordt vaak gedaan onder een uitsluitingclausule. Hiermee wordt voorkomen dat de schenking in een gemeenschap van goederen valt als de ontvanger — bijvoorbeeld uw kind — in gemeenschap van goederen gehuwd is. Het geschonken bedrag blijft privévermogen van de begiftigde, ook als het wordt gebruikt voor de gemeenschappelijke eigen woning. Door de privéschenking te gebruiken voor deze woning ontstaat er een vergoedingsrecht van de ontvanger op de gemeenschap.
Vanaf 1 januari 2012 bepaalt de wet dat de echtgenoot (het geldt niet voor samenwoners) die privégeld heeft geïnvesteerd in de gezamenlijke eigen woning economisch gezien voor een groter deel gerechtigd is in de waarde van de eigen woning. De omvang van dit vergoedingsrecht wordt in beginsel bepaald aan de hand van de waarde van de woning. Omdat de omvang van het vergoedingsrecht afhankelijk is van het goed waarin als het ware wordt belegd, wordt dit ook wel de beleggingsleer genoemd. Onderstaande voorbeelden laten zien hoe ingewikkeld de vaststelling van vergoedingsrechten in de praktijk kan zijn.

Download de pdf en lees verder ...

Bericht van

Nieuws
 

Publicatie in Het Financieele Dagblad, 17 december 2016, door Ramon Wernsen

Uw huidige lening valt in box 1. Mogelijk kan een fiscale verhuizing van uw hypotheek naar box 3 u duizenden euro’s aan belastingvoordeel opleveren.

Als u weinig hypotheekrente betaalt, is het belastingvoordeel van de renteaftrek gering of zelfs afwezig, doordat de renteaftrek (grotendeels) wegvalt tegen de bijtelling van het eigenwoningforfait. Als u uw hypotheek dan verhuist naar box 3, heeft u meer belastingvoordeel, doordat de hypotheekschuld het vermogen in box 3 verlaagt. Hierdoor gaat u minder vermogensrendementsheffing betalen.

Als u de hypotheek gewoon zou aflossen, verlaagt u ook het vermogen in box 3 en geniet u dus ook dat fiscale voordeel. Een voordeel van ‘verhuizen’ ten opzichte van aflossen is echter dat u het geld nu ter beschikking houdt voor uitgaven als aanvulling van uw pensioen.

Bert Otten, van Otten Belastingadvies, geeft een voorbeeld. ‘Stel, u hebt een woning van €400.000 en een hypotheek van €200.000. U betaalt 2% hypotheekrente. Uw salaris bedraagt €80.000 bruto per jaar en u mag de rente aftrekken tegen het maximale tarief van 50,5%. De rekensom is dan als volgt: u betaalt €4000 bruto aan rente per jaar, het eigenwoningforfait bedraagt €3000, de aftrekbare rente is dan €1000 (€4000 – €3000). Hiervan ontvangt u 52% terug, minus 1,5% (tariefsaanpassing eigen woning 2016) maal € 4000, oftewel €460 (€ 520 - €60). Dat is dus een nettoaftrekpercentage van slechts 11,5% (€ 460/€4000).’

Download de pdf en lees verder ...

Bericht van

Nieuws
 

Publicatie in Het Financieele Dagblad, 26 november 2016, door Ramon Wernsen

Uw hypotheekrente lang of juist kort vastzetten? Het is een vraag waar veel mensen juist nu mee worstelen

Nederlanders hebben volgens de statistieken al decennialang een sterke voorkeur voor een langere rentevaste periode. Veruit de populairste rentevaste periodes zijn nu tien en twintig jaar. Volgens de website HDN Live kiezen consumenten in ongeveer 45% van de gevallen voor tien jaar vast en in ongeveer 40% van de gevallen voor een twintig jaar vaste rente. Is hier sprake van een weloverwogen macro-economische beslissing of spelen andere factoren een rol? Volgens Berry van Zuidam, financieel planner bij Raasveld & Bennis Financieel Adviseurs en Scheidingsadviseurs, wordt de keuze dikwijls niet goed onderbouwd en is vaak sprake van een typisch Nederlandse consensusoplossing. ‘De rente voor dertig jaar vastzetten is het toppunt van zekerheid, maar wordt door velen als duur ervaren. Een zeer korte periode is daarentegen vaak veel goedkoper, maar wordt weer gezien als te risicovol. Daar komt bij dat de rente momenteel zo laag is dat het voor veel adviseurs en consumenten logisch klinkt om te kiezen voor een langere rentevaste periode van tien jaar of zelfs de zeer lange periode van twintig jaar.’

Download de pdf en lees verder ...

Bericht van

Nieuws
 

Publicatie in Het Financieele Dagblad, 19 november 2016, door Ramon Wernsen

Welke invloed hebben uw emoties op uw financiële beslissingen en kan uw adviseur u wel goed adviseren wanneer hij hier geen oog voor heeft?

Logisch, u bent emotioneel sterker bij uw financien betrokken dan uw adviseur. Het betreft hier namelijk úw geld. Dit heeft een andere gevoelswaarde dan adviseren over het geld van een ander. Wanneer uw adviseur bovendien over weinig empathie beschikt, houdt hij mogelijk te weinig rekening met uw emoties. ‘Hoewel u vaak niet rationeel verantwoord met uw geld omgaat, kunnen we wel spreken van voorspelbaar irrationeel gedrag’, aldus hoogleraar gedragseconomie aan het Massachusetts Institute of Technology Dan Ariely*. Rationaliteit betekent hier een afweging van alle kosten en baten om met een budget het best mogelijke financieel-economische resultaat te bereiken. Naast deze rationaliteit zouden adviseurs ook uw beleving, emoties en gedrag goed moeten kunnen inschatten om u succesvol te kunnen adviseren.

Bericht van