fp_frontpage_header_016-1.jpg
Nieuws
 

Publicatie uit het financieel dagblad 15 mei 2016 (auteur: R. Wernsen) 

Veel beleggers kiezen voor indexbeleggen vanwege de lage kosten en de eenvoud van de producten. Waar moet u op letten als u wilt gaan indexbeleggen?

Het containerbegrip voor beursgenoteerde indexfondsen (etf’s) is ‘trackers’. In de praktijk kunnen drie soorten trackers onderscheiden worden. Ten eerste fysieke trackers (die de index geheel repliceren), ten tweede fysieke trackers die doen aan ‘securities lending’, en tot slot synthetische trackers. In geval van volledige fysieke replicatie belegt een etf in dezelfde namen als die van de index, waarbij de effecten bovendien dezelfde weging hebben als in die index. Een afgeleide hiervan is de etf die gebruikmaakt van sampling, wat wil zeggen dat niet alle onderliggende stukken worden gekocht, maar een representatief aantal. ‘Hoewel veel beleggers bij de keuze van een etf waarschijnlijk het type product niet in hun overwegingen meenemen, is het uiteindelijk wel een keuze die van invloed kan zijn op het rendement’, aldus Ronald van Genderen, fondsanalist bij Morningstar.

‘Veel fysieke trackers lenen de onderliggende aandelen uit aan andere partijen, zoals hedgefondsen. Wij doen dit bewust niet’, aldus Martijn Rozemuller, managing director en medeoprichter van Think ETF’s. In ruil voor het uitlenen ontvangen etf-aanbieders een vergoeding. Deze inkomsten uit securities lending worden vaak gebruikt om de operationele kosten van de tracker te dekken. Hierdoor kan de aanbieder u een lager kostenpercentage berekenen en/of het verschil tussen de prestaties van de etf en zijn index verkleinen of zelfs een hoger rendement dan de index halen. ‘Veel aanbieders gebruiken de opbrengsten echter om hun eigen winsten te vergroten, terwijl het risico bij de belegger ligt. Andere geven de opbrengsten volledig terug aan beleggers’, aldus Koen Hoogenhout, senior sales executive bij Vanguard. Een nadeel van uitlenen is echter het tegenpartijrisico, namelijk dat de lener van de effecten zijn verplichting om de effecten terug te geven niet kan nakomen. U zult vaak zelf moeten achterhalen of de door u gebruikte trackers van securities lending gebruikmaken. De beste bron van informatie is het jaarverslag van de etf, dat te vinden is op de website van de aanbieder. Ook kunt u via de website van Morningstar de nodige informatie verkrijgen

Download de pdf en lees verder ...

Bericht van

Nieuws
 

Publicatie in 'De Hypotheekadviseur', nr. 6, 2015 (uitgeverij Wolters Kluwer) auteur: R. Wernsen

Zijn indexproducten wel zo eenvoudig als adviseurs en beleggers denken?

Het heeft enige tijd geduurd maar ook Nederland heeft indexbeleggen ontdekt. In navolging van de Verenigde Staten neemt de populariteit van indexing ook in Europa toe en dus ook in ons land. Dit gaat ten koste van het beleggen in actieve beleggingsfondsen. Veel beleggers kiezen voor indexbeleggen vanwege de lage kosten en de eenvoud van de producten. In werkelijkheid zijn er verschillende soorten indexproducten van eenvoudig tot zeer complex. Ook qua kosten zijn er grote verschillen in de diverse indexproducten. U doet er goed aan om uw cliënten te informeren over de verschillende soorten van passieve producten en de vooren nadelen ervan.

Download de pdf en lees verder:
Download deel 1
Download deel 2 

Bericht van

Nieuws
 

Publicatie uit het financieel dagblad 15 mei 2016 (auteur: R. Wernsen) 

Per 1 januari 2017 krijgt u te maken met de nieuwe rendementsheffing in box 3. Wie wil anticiperen op de nieuwe regels moet nu aan de slag.

De overheid gaat er op dit moment van uit dat u over uw fiscale box 3-vermogen boven de vrijstelling van €24.437 per persoon een fictief rendement haalt van 4%. Of u in de praktijk een hoger of lager rendement behaalt is niet relevant. Over dit fictieve rendement rekent de overheid een vast belastingtarief van 30% per jaar. Dit leidt tot een effectieve heffing van 1,2%. Met alleen sparen is het sinds 2008 onmogelijk om 4% rendement te maken. Dit betekent dat spaarders al jarenlang interen op hun vermogen. Volgens Almer de Beer, belastingadviseur bij Grant Thornton, is deze uitkomst niet in overeenstemming met de doelstelling van de rendementsheffing. Uitgangspunt was namelijk een heffing over een rendement dat eenvoudig en risicoloos haalbaar is.

‘Het fictieve rendement van 4% voldoet hier allang niet meer aan. Desondanks heeft de wetgever verzuimd het fictieve rendement te verlagen, dan wel spaarders anderszins tegemoet te komen’, aldus De Beer. ‘De rendementsheffing is daarmee mogelijk in strijd met het Europese eigendomsrecht’, vervolgt hij. ‘Momenteel lopen er diverse procedures, het wachten is nu op het oordeel van de Hoge Raad.’ Als onderdeel van het Belastingplan 2016 is voor een nieuwe systematiek gekozen. Hoe hoger uw vermogen, hoe hoger uw heffing. Dat sluit aan bij het ervaringsfeit dat mensen met hogere vermogens gemiddeld een hoger rendement behalen.

Het forfaitaire rendement wordt voortaan gebaseerd op de landelijk gemiddelde verdeling van het box 3-vermogen over spaargeld en beleggingen. Deze vermogensmix wordt afgeleid uit alle belastingaangiften over 2012. Op beide vermogenscomponenten wordt een forfaitair rendement toegepast, dat afgeleid wordt uit de werkelijk behaalde rendementen. Dat rendement wordt elk jaar opnieuw vastgesteld, voorafgaand aan het belastingjaar. Het rendement op het spaardeel wordt afgeleid uit de gemiddelde rentevergoeding over de voorgaande vijf jaar.

Download de pdf en lees verder ...

Bericht van

Nieuws
 

Publicatie uit het financieel dagblad 16 april 2016 (auteur: R. Wernsen) 

Pinnen op kosten van de bv is leuk, maar veel dga’s hebben een rekening-courantschuld die ze mogelijk niet meer kunnen terugbetalen. Hoe los je dat op?

De directeur-grootaandeelhouder (dga) die structureel leent van zijn vennootschap om bijvoorbeeld een riante levensstijl erop na te houden ziet zijn rekening-courantschuld snel toenemen. Deze schuld kan in de loop der jaren zo hoog oplopen dat terugbetaling niet meer mogelijk is. De lening kan dan verworden tot een schijnlening. Volgens de Hoge Raad is hiervan sprake als de dga niet de kennelijke intentie en/of de middelen heeft om de schuld ooit terug te betalen.

Wat te doen?

Aflossing van de rekening-courantschuld gebeurt traditioneel door het verhogen van salaris, uitkering van dividend, het afstempelen van aandelenkapitaal of de omzetting van agio (het verschil tussen de nominale en werkelijke aandelenwaarde) in aandelenkapitaal. Daar moet dan belasting over worden betaald.
Pim van Rijswijk, directeur van VRB adviesgroep, stelt dat er een alternatieve methode is om de schuld aan de bv te verminderen. ‘Dit kan door deze schuld belastingvrij weg te strepen ten laste van de winstreserves of ten laste van de pensioen-, lijfrente- of stamrechtverplichting in de bv. Belastingvrij wil in dit kader zeggen: vrij van eventuele dividendbelasting en/of loon- of inkomstenbelasting.’
Timing is hier belangrijk. Kort gezegd komt het erop neer dat je de schulden laat oplopen en, wanneer die niet meer terug te betalen zijn, deze laat aanmerken als dividend over voorbije jaren. Voor zover dat jaren zijn waarvoor de definitieve aanslag al is bepaald, heeft de fiscus het nakijken (zie pdf).
Met deze methode heeft Cor Overduin, partner bij Grant Thornton, succes geboekt. In een procedure tegen de Belastingdienst in 2010 kreeg hij uiteindelijk gelijk van de rechtbank. ‘Een van mijn argumenten was dat de fiscus te laat was met stellen dat de in het verleden door mijn klant in rekening-courant gedane opnames belast hadden moeten worden.’ Overduin benadrukt dat het hier om maatwerk gaat en dat het dus geen standaardproduct is.

Te goeder trouw

Sinds 2010 heeft de Belastingdienst de mogelijkheid om tot naheffing over te gaan als de dga te kwader trouw is. Volgens Overduin is te goeder trouw zijn een cruciaal element in het succesvol kunnen verdedigen van de methode. 

‘Als je de opnames uit rekening-courant vijf jaar lang presenteert als een schuld en na vijf jaar aangeeft dat het bij nader inzien toch geen schuld betreft maar een dividendopname, dan kun je de vraag stellen of hier niet bewust getracht wordt de Belastingdienst op een dwaalspoor te brengen’, waarschuwt hij.

Download de pdf en lees verder ...

Bericht van

Nieuws
 
dummies-210x210

Inzichten uit wetenschap en praktijk

Hoofdstuk 16 (organisatie en verdienmodellen) geschreven van boek 'Financiële Planning: inzichten uit wetenschap en praktijk. Dit boek is verschenen in het kader van het 20-jarig jubileum van de Federatie Financieel Planners (FFP).

Redactie: prof. dr. Tom Loonen en mr. Arjen Schepen

Bericht van

Nieuws
 

Publicatie op www.inspireertbeterondernemen.nl 25 maart 2016

De accountant laat kansen liggen als hij ondernemers alleen terzijde staat bij hun bedrijfsfinanciën. De ondernemer kan ook advies over zijn persoonlijke financiën goed gebruiken. Waar liggen de kansen en hoe pakt de accountant dit aan? Vier tips.

Bericht van

Nieuws
 

Publicatie uit het financieel dagblad 12 maart 2016 (auteur: R. Wernsen) 

Eerst financiële planning, dan pas beleggingsadvies of vermogensbeheer. Het klinkt logisch. Immers, hoe kun je een goed beleggingsadvies geven wanneer je niet op de hoogte bent van iemands totale financiële plaatje?

Kortgeleden sprak ik een ondernemer met een aanzienlijk vermogen. Er was hem noch door zijn vermogensbeheerder noch door zijn accountant ooit een financieel plan aangeboden. Hij had verder niet nagedacht over welk doel hij had met zijn geld. Daar kwam bij dat zijn financiën een chaos waren. Hij had totaal geen overzicht en dus geen inzicht in zijn eigen inkomsten, uitgaven, bezittingen en schulden.

Het voorbeeld van deze ondernemer staat niet op zichzelf. Wat de meeste mensen nodig hebben, is een adviseur die start met het opstellen van een persoonlijk financieel plan (dit is iets anders dan een standaarduitdraai uit een softwarepakket). Dit plan geeft overzicht en inzicht in de totale financiële situatie, zowel privé als binnen de onderneming. Een dergelijk plan geeft ook antwoord op belangrijke vragen, zoals: heb ik geld genoeg om mijn gewenste uitgavenpatroon levenslang voort te zetten?

Dwarsverbanden

‘Gelet op de stijgende levensverwachting, de terugtrekkende overheid, het complexe en wisselende belastingsysteem en de volatiele beleggingsmarkten is dit geen eenvoudige klus’, aldus William van der Maas, directeur van IVV, Instituut voor Vermogensopbouw. ‘Om de dwarsverbanden hiertussen te zien en die te verwerken in het financieel plan zouden beleggingsadviseurs en private bankers moeten worden bijgeschoold tot financieel planner.’

Download de pdf en lees verder ...

Bericht van

Nieuws
 

Publicatie uit het financieel dagblad 13 februari 2016 (auteur: R. Wernsen) 

Als directeur-grootaandeelhouder kunt u momenteel tegen zeer aantrekkelijke rentetarieven lenen van uw bv. Of dit een slimme of domme beslissing is, hangt af van het bestedingsdoel van de lening.

Bent u eigenaar van een bv en hebt u geld nodig voor een nieuw huis, voor een nieuwe auto of om mee te beleggen, dan kunt u hiervoor geld lenen van uw vennootschap. Deze lening moet aan zakelijke voorwaarden voldoen en moet uiteindelijk worden terugbetaald. Er is sprake van zakelijk handelen als een onafhankelijke derde bereid is om aan u eenzelfde lening te verstrekken onder dezelfde voorwaarden. Om te beoordelen of u inderdaad een zakelijke lening bent overeengekomen, let de Belastingdienst op de schriftelijke vastlegging, op de afspraken over het terugbetalen en op de zekerheden. Verder moet een zakelijke rente afgesproken worden.

Extra rendement

Stel: de vennootschap beschikt over voldoende overtollige liquiditeiten om de financiering van een eigen woning op zich te nemen of om de lening bij de bank te herfinancieren. Op dit moment ontvangt de bv van de bank een gemiddelde rente op dit geld van om en nabij 0,5%. Voor een hypothecaire lening — uitgaande van een rentevaste periode van tien jaar — zal een bank gemiddeld 2,5% in rekening brengen. Het lijkt geen probleem om deze rente naar boven aan te passen binnen een marge van 25%. Door middel van een hypotheek van de vennootschap kan de bv op deze wijze een extra rendement behalen van 2,5% zonder dat er extra risico wordt gelopen.

Download de pdf en lees verder ...

Bericht van

Nieuws
 

Publicatie uit het financieel dagblad 23 januari 2016 (auteur: R. Wernsen) 

Vermogen Strategie

Het uitgangspunt van de core-satellitestrategie is dat een beleggingsportefeuille wordt opgedeeld in een kern en satellieten. De kern kunt u vergelijken met een planeet; de satellieten draaien daaromheen.In de praktijk beslaat de kern 70% tot 80% en de satellieten de resterende 20% tot 30% van de portefeuille. Pensioenfondsen en verzekeraars richten de kern van de portefeuille vaak in met een passief beleggingsinstrument, zoals een index tracker (etf). Dit instrument biedt tegen lage kosten een brede spreiding in een markt of index. Het doel is een rendementte leveren dat overeenkomt met dat van de markt (bèta).

De satellieten bestaan uit meer gespecialiseerde beleggingen waarvan de belegger verwacht dat zij een hoger rendement behalen dan de markt of index (alfa). Deze kan naar eigen inzicht worden ingevuld met actieve beleggingsfondsen.Bijvoorbeeld doorfondsen te selecteren die beleggen in specifieke regio’s, landen, stijlen of sectoren (zie kader 1).

Volgens Erik van de Weele, head of fund salesBenelux bij Henderson Global Investors, hanteren banken en vermogensbeheerders wereldwijd vaak juist de omgekeerde aanpak: een kern van actieve fondsbeheerders en daaromheen trackers om in te spelen op kortetermijntrends of macro-events.

Download de pdf en lees verder ...

Bericht van

Nieuws
 

Publicatie uit het financieel dagblad 7 februari 2015 (auteur: T. Loonen) 

Wat beoogt u met uw beleggingen?

Zorgvuldig wensen en mogelijkheden in kaart brengen is een cruciale eerste stap die wordt overgeslagen.

‘Vermogensbehoud' of ‘vermogensgroei’. Wellicht de meest genoteerde antwoorden die particuliere beleggers geven op de vraag wat hun beleggingsdoel is. Vaak is dit een antwoord dat door de adviseur min of meer is aangereikt. Over het echte antwoord heeft de belegger zelf eigenlijk ook niet nagedacht.

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft aangegeven dat het hoog tijd wordt dat de belegger over zijn beleggingsdoelstelling nadenkt. In een van zijn aanbevelingen aan de beleggingssector in 2011 vroeg de toezichthouder hier al aandacht voor. In het vorig jaar verschenen onderzoeksrapport naar de kwaliteit van de beleggingsdienstverlening blijkt echter opnieuw dat veel beleggingsinstellingen onvoldoende doorvragen op de beleggingsdoelstelling(en).

Download de pdf en lees verder ...

Bericht van